• Barend

Met z'n allen in de (verkeerde) blender! Wat er misgaat in onderwijsland.

Er gaat iets mis in onderwijsland. En als we niet oppassen, heeft dit verstrekkende gevolgen voor (online) onderwijsinnovatie. Begin mei 2020 schreef ik een breed opgepikt artikel over onderwijs in de anderhalvemetersamenleving, op basis waarvan veel instellingen hun plannen voor september richting gaven. Nu zijn we twee maanden verder en constateer ik een zorgwekkend probleem. We zitten met z’n allen in de (verkeerde) blender en stevenen mogelijk af op achteruitgang en verarming van onderwijs. Daarom een pleidooi voor eerlijke conclusies en juiste definities.


Verkeerde conclusies

Er zijn onderwijsprofessionals in hoger onderwijs die momenteel tot de (verkeerde) conclusie komen dat online onderwijs niet werkt. Een kleine greep uit de media:

Je hoeft de artikelen niet te lezen om de strekking te begrijpen: we moeten zo snel mogelijk terug naar hoe het was, online onderwijs is minderwaardig. Dat is zorgwekkend, want online onderwijs werkt wel degelijk, maar heeft – net als fysiek onderwijs – sterke en zwakke punten. Het huidige online onderwijs is bovendien een noodoplossing (emergency remote teaching). Sommige docenten benaderen het verkeerd door hetgeen ze fysiek deden één-op-één in een digitaal jasje te steken. Dat werkt inderdaad niet goed. Maar kunnen we dan concluderen dat online onderwijs inferieur is aan fysiek? Nee, dat is een verkeerde redenering. En ik zal je uitleggen waarom aan de hand van een gedachtenexperiment.

"Het huidige online onderwijs is een noodoplossing (emergency remote teaching)."

Stel je eens voor dat ik jou een blinddoek omdoe en je vraag om een stuk taart te beoordelen op hoe zoet die smaakt. Vervolgens serveer ik een bord spruitjes. Bij de eerste hap trek je een zuur gezicht en meteen spuug je alles uit. Score: 0 punten. Kan ik dan nu concluderen dat de taart is mislukt, of had ik moeten zeggen dat het spruitjes waren? Precies dit is wat er nu gebeurt met online onderwijs. We serveren het als fysiek onderwijs in een digitaal jasje, en trekken een zuur gezicht als het niet werkt zoals we gewend zijn. Vervolgens bevragen we onze studenten (zie bijvoorbeeld hier en hier) over wat ze ervan vinden, trekken een verkeerde conclusie, en gooien het kind met het badwater weg. De fysieke campus faciliteerde in het “oude” normaal impliciet een groot deel van de socialiserende en subjectiverende functies van onderwijs, en in een online omgeving valt dit weg. Dat is echt een gemis, en leidt zodoende logischerwijs tot een verlangen naar elkaar weer fysiek te ontmoeten. Je moet dat in een online leeromgeving dus explicieter vormgeven. Het komt erbij, naast de formele (kwalificerende) leeractiviteiten. En dat is waar (het huidige) online onderwijs onvoldoende in voorziet. Dat ligt echter niet aan de vorm, maar aan het ontwerp.

Verkeerde definities

Naast verkeerde conclusies zingen er ook talloze verkeerde definities rond. Aan de lopende band zie ik – veelal in de plannen voor onderwijs vanaf 1 september – termen voorbij komen als blended learning, hybrid teaching, multilocatieleren, en zelfs nieuwe termen als totaalonderwijs. Er bestaat echter veel onduidelijkheid over de definities van deze termen en daarnaast overlappen ze deels. Dat is problematisch, want hierdoor bieden ze weinig richting voor een gedegen onderwijsontwerp. Bovendien is het allemaal niet nieuw; we combineren reeds sinds de jaren 90 online leeractiviteiten met fysiek onder dergelijke noemers, en nog steeds bestaat onduidelijkheid. Zolang we deze termen als nieuw blijven presenteren, zal het voor docenten altijd als iets ongrijpbaars aanvoelen.

"Zolang we deze termen als nieuw blijven presenteren, zal het voor docenten altijd als iets ongrijpbaars aanvoelen."

Daarom pleit ik er voor om af te stappen van dergelijke termen en terug te gaan naar de basis: goed onderwijs, waarin een student optimaal tot leren komt. En of dat nou blended, hybrid, multi-method, of hoe dan ook heet, zoek altijd naar de juiste werkvorm passend bij je leerdoelen, en evalueer dit met gepast assessment (ook wel “in constructieve afstemming” genoemd, zie constructive alignment). Het klinkt zo logisch.


Noot: Omdat de termen er nu eenmaal zijn en vanwege het belang van helderheid qua terminologie vind je onderaan dit artikel een overzicht van veelvoorkomende concepten en hun definities, met een aantal ondersteunende afbeeldingen.

Gevaarlijk kantelpunt

De verkeerde conclusies over online onderwijs en het gebruik van verkeerde/vage terminologie brengen ons op een gevaarlijk kantelpunt in hoger onderwijs. De sticker 'online onderwijs' plakken op de huidige noodoplossing (wat eigenlijk een soort online fysiek onderwijs is) is beledigend voor docenten en studenten en laat weinig begrip zien van wat onderwijs echt is. Daarnaast lijkt verkeerd gebruik van terminologie op het eerste gezicht onschuldig, maar kan het grote gevolgen hebben voor de praktijk.


Zo zijn er bijvoorbeeld instellingen die onder de noemer blended learning een groep studenten synchroon onderwijs willen laten volgen, terwijl de ene helft van die groep fysiek aanwezig is en de andere helft op afstand inbelt. Een dergelijke setup (genaamd hybrid virtual classroom) vergt echter maandenlange organisatorische/logistieke voorbereiding, hoogwaardige techniek en gedegen training en voorbereiding van docenten en studenten. Bovendien is het helemaal geen blended learning, want er is geen sprake van opeenvolging/combinatie van leeractiviteiten voor studenten. Ik hou mijn hart vast voor ongelijkheid.

"Vanuit deze gedachte zou ik er stiekem voor pleiten om de anderhalvemetersamenleving, en het daarbij benodigde online onderwijs, nog zeker een jaar door te laten gaan."

Als we te snel terugschakelen naar het “oude” normaal bestaat het gevaar dat we online onderwijs voorgoed als inferieur bestempelen en bij het grof vuil zetten. Door onvoldoende tijd en ruimte voor trial and error blijven docenten en bestuurders steken in hun conclusies dat online onderwijs en binding niet goed werken. Vanuit deze gedachte zou ik er stiekem voor pleiten om de anderhalvemetersamenleving, en het daarbij benodigde online onderwijs, nog zeker een jaar door te laten gaan. Geef docenten en studenten langer de tijd om te experimenteren met het “nieuwe” normaal. Zeker van bovenaf (management, bestuur) moet de boodschap niet zijn: “we moeten zo snel mogelijk terug naar hoe het was”. De boodschap moet zijn: “we moeten leren van onze fouten en blijven innoveren” (zie bijvoorbeeld dit artikel van Theo Bastiaens, rector OU). Pas dan kunnen we echt identificeren wat wel en niet werkt, en de best practices opschalen en structureel inbedden in onderwijs voor een "nieuw" normaal, na de COVID-19 pandemie. Fysiek en online, in optimale balans, in goede afstemming op elkaar. Zodat de sterktes van beiden worden gecombineerd. Dat is de kern van blended learning. Met z'n allen in de juiste blender.


Voor- of achteruitgang? Het is aan ons.

Definities

Voordat ik begin met het overzicht van definities is het belangrijk onderscheid te maken in leren (learning), doceren (teaching) en onderwijsruimte (classroom, learning space).

  • Leren (learning): kennen en vaardigheden opdoen, betreft een activiteit van de student.

  • Doceren (teaching): lesgeven, betreft een activiteit van de docent.

  • Onderwijsruimte (classroom, learning space): de fysieke en/of virtuele ruimte waarin onderwijs (en dus leren en doceren) plaatsvindt.

Bovenstaande begrippen lijken evident qua onderscheid, maar toch ontstaan er vaak misconcepties door verkeerd gebruik. Zo heeft hybrid teaching niks te maken met leren, maar wordt het toch genoemd als vorm voor leeractiviteiten. Vanuit dit onderscheid geef ik hieronder een overzicht van definities en stip ik aan wat de verschillen zijn.


Als laatste noot, alvorens ik aan de definities begin, wil ik meegeven dat de verschillende concepten vaak voor een deel overlappen. Zo kan hybrid learning een onderdeel zijn van blended learning. Blended learning kan plaatsvinden in een multi-locatie setting, maar er is bij multi-locatieleren pas sprake van blended learning bij opvolgende activiteiten. Dit maakt het er niet makkelijker op en is daarom goed om je te realiseren.

Blended learning

Blended learning wordt op verschillende manieren gedefinieerd, wat het een dubbelzinnig concept maakt. Sommige definities leggen de nadruk op het gebruik van ICT, terwijl anderen zich alleen richten op de instructie (wat problematisch is, gezien het over leren gaat en niet over doceren). Alle definities hebben echter een aantal gemeenschappelijke kenmerken:

  • Het betreft altijd verschillende op elkaar afgestemde activiteiten voor een student, of meerdere studenten;

  • Er is altijd sprake van een combinatie van online activiteiten met face-to-face;

  • Er is altijd sprake van interactie, hetzij met een docent of met medestudenten;

  • Er is altijd integratie van verschillende strategieën tot één geheel.

Omdat ik vind dat het concept vanuit de student gedefinieerd dient te worden, hanteer ik de volgende definitie van Oliver en Trigwell (2005):


Blended learning verwijst naar verrijkte, studentgerichte leerervaringen, mogelijk gemaakt door de harmonieuze integratie van verschillende strategieën, bereikt door de combinatie van face-to-face interactie met ICT.


Let op: het slechts inzetten van ICT voor instructie (zoals een digitaal whiteboard) is geen vorm van blended learning. Het gaat dan om technology-rich-instruction.

Online learning (ook wel: afstandsonderwijs, remote/distance learning, eLearning)

Dit type leren is wanneer lesgeven en leren plaatsvindt op afstand. Meestal wordt het via internet gedaan en het kan synchroon (zoals een webinar) of asynchroon (zoals een discussiebord). Het vindt ook plaats wanneer we een student boeken of een dvd sturen met informatie en opdrachten, die ze dan retourneren als ze klaar zijn (zoals de Open Universiteit vroeger deed).


Let op: dit is het model dat we gebruiken sinds de lockdown medio maart begon, maar wel in een noodoplossing, zonder gedegen ontwerp (ook wel emergency remote teaching and learning genoemd).

Hybrid learning (ook wel: multi/mixed-method learning, multimodaal leren)

Waar blended learning zich richt op de combinatie van leeractiviteiten die fysiek en online plaatsvinden, gaat het bij hybrid learning over het vinden van de juiste mix in alle leermogelijkheden, ongeacht of ze face-to-face of online zijn en synchroon of asynchroon zijn.


Let op: een hybride docent of hybrid teaching heeft niets te maken met hybrid learning. Het gaat bij een hybride docent of hybrid teaching namelijk – veelal binnen het beroepsonderwijs – om docenten die deels lesgeven en deels in de praktijk werken, om zo de koppeling met de beroepspraktijk te versterken.

Multi-locatie leren (ook wel: bimodaal leren)

Multi-locatie leren is in feite hetzelfde een synoniem of vorm voor hybride leren, en vindt plaats wanneer verschillende (groepen) studenten synchroon leren, terwijl zij zich op verschillende locaties bevinden. Dit gebeurt met behulp van een audiovisuele live-verbinding (meestal via internet) en in verschillende soorten (setups van) onderwijsruimtes die ik hieronder beschrijf.

  • Fysieke onderwijsruimte: docenten en studenten zijn fysiek aanwezig in dezelfde ruimte;

  • Virtual classroom: verschillende studenten die allemaal op een andere locatie zijn, bellen in via een audiovisuele live verbinding (bijvoorbeeld als een docent een college geeft via Zoom);

  • Remote classroom: verschillende studenten die allemaal op dezelfde locatie zijn, bellen in via een adiovisuele live verbinding en krijgen les van een docent op afstand;

  • Hybrid virtual classroom: de combinatie van een fysieke onderwijsruimte met een virtual classroom, waarin synchroon onderwijs plaatsvindt;

  • Hybrid remote classroom: hetzelfde als hierboven, maar de studenten die op afstand inbellen bevinden zich allemaal in dezelfde ruimte.


10 weergaven0 opmerkingen